Als er in een wolk eenmaal ijskristalletjes zijn ontstaan, kunnen ze door botsingen met onderkoelde waterdruppeltjes aangroeien. Ze worden dan al snel zwaar genoeg om te vallen, maar soms worden ze, lager in de wolk, opgepikt door sterk stijgende luchtstromingen. Ze kunnen dan weer opgepikt worden door sterk luchtstromingen. Ze kunnen dan weer verder groeien en nog zwaarder worden. Als echter lager in de wolk de opwaartse beweging grrot genoeg is, vallen ze opnieuw omhoog en groeien verder aan. Als er hagelstenen vallen kun je ze opensnijden en een soort jaarringen zien. Die totnen aan hoe vaak een hagelsteen door de wolk gelust is. In Nederland worden hagelstenen zelden groter dan 1 of 2 cm. Er zijn echter gebieden in de wereld waar zware buien met een zeer sterk stijgende luchtstroming kunnen voorkomen. Dat is vooral in de Verenigde Staten het geval. De hagelstenen die daar vallen, kunnen enorm groot worden en de amerikanen hebben er ook uitdrukkingen voor: hagelstenen zo groot als een dime (dubbeltje) en quarter (kwartje), een golfbal, een baseball of zelfs een softball. Dergelijke grote hagelstenen kunnen enorme schade aanrichten. Er zijn gevallen bekend van schades van honderden miljoenen aan wagenparken, helikopters op de grond of aan kassen. Soms light er in de
straten na een zware hagelbui een halve meter hagel !
Vanochtend waren er weer een aantal te zien. Van die lage mistbanken waar koeien net met hun hoofd bovenuit komen, of waar alleen maar de stammen van bomen door bedekt zijn, terwijl de kruin al in de zon staat. We hebben hier dan te maken met stralingsmist. Hoe werkt dat? Als eerste ingredient is er redelijk vochtige lucht nodig. Als tweede ingredient zijn er flinke opklaringen nodig. Het derde ingredient is maar weinig wind. Doordat er flinke opklaringen zijn, kan het aan de grond stevig afkoelen door uitstraling. De grond kan dus door de opklaringen goed zijn warmte kwijtraken. Hierdoor wordt het luchtlaagje net boven de grond ook flink afgekoeld. Als het nu daarbij hard zou waaien, dan mengt dat luchtlaagje met de warmere lagen erboven, en koelt de laag in totaal dus minder af. Maar met weinig wind, zoals afgelopen nacht, kan het proces van afkoeling wel goed doorzetten. Door afkoeling van de warme en vochtige lucht raakt die lucht verzadigd, omdat koude lucht minder vocht kan bevatten dan warme lucht. Als de lucht ver genoeg verzadigd is, condenseert het aanwezige vocht tot wolkendruppeltjes, en op die manier is de mist geboren. Aangezien de mist verdere afkoeling tegengaat, hij ligt als het ware als een deken over het landschap, zal de laag vaak niet dik worden. Vaak lost de stralingsmist pas weer op als de zon al weer een tijdje heeft geschenen in de ochtend. Pas dan heeft de zon genoeg kracht om de mist weer weg te 'branden'. Lees ook: Wat is slootmist?
Zaterdag beginnen de IJsheiligen. Een rare term eigenlijk, maar wel met een rijke traditie. IJsheiligen is één van de oudste begrippen uit de volksweerkunde en misschien wel het bekendste. De eerste berichten over deze 'strenge heren' dateren van rond het jaar 1000. De IJsheiligen zijn St. Mamertus, St. Pancratius, St. Servatius en St. Bonifacius. Zij vieren hun naamdagen op achtereenvolgens 11, 12, 13 en 14 mei. Drie is het heilige getal en daarom rekent men in de meeste landen maar drie tot de IJsheiligen. In sommige landen wordt St. Mamertus niet meegeteld, in andere hoort St. Bonifacius er niet bij. De IJsheiligen ontlenen hun naam aan het gevaar van koud voorjaarsweer voor het gewas, dat in deze tijd in volle bloei staat. Een late vorstnacht kan nu veel schade aanrichten. Het is echter niet zo dat tijdens de IJsheiligen de kans op een overgang naar koud weer groter is dan op andere dagen in het voorjaar. Ook is het niet zo dat na deze dagen geen (schadelijke) nachtvorst meer kan optreden. Wel neemt na half mei de kans op vorst sterk af en aan het eind van deze maand zijn temperaturen onder nul heel uitzonderlijk op waarnemingshoogte 1.5 meter. Aan de grond en op plantniveau is echter het hele jaar door kans op vorst, zij het in de zomermaanden een zeer kleine. Tijdens de eerste IJsheiligen is dit jaar een nauwelijks noemenswaardige nachtvorstkans. Het is eerder broeierig en vrij warm lenteweer, weliswaar inclusief kans op een onweersbui. Maar vorst? Dat zit er voorlopig lang niet in. Bron Weeronline
Deaanduiding van de windkracht levert vaak verwarring op. Als u koppen in de krant ziet zoals: "Orkaan richt flinke schade aan", dan is er in de praktijk zelden een echte orkaan geweest. In zo'n kop bedoelt de auteur met de term "orkaan" in de meeste gevallen de windstoten. Daarom alles even op een rijtje. Er zijn twee eenvoudige regels bij het aangeven van de windsnelheid: De windsnelheid is altijd een gemiddelde windsnelheid over een periode van 10 minuten. De windsnelheid wordt weergegeven in de schaal van Beaufort. Hieronder een overzicht van de hoogste (gemiddelde) windsnelheden:
windkracht: naam:
snelheid:
windkracht 8 stormachtige wind
62-74 km/h
windkracht 9 storm 75-88
km/h
windkracht 10 zware storm 89-102
km/h
windkracht 11 zeer zware storm 103-117
km/h
windkracht 12 orkaan meer dan 117
km/h
Windkracht 13 bestaat dus niet!
De windstoten hebben betrekking op de hoogste windsnelheid. De windstoten worden weergegeven in km/h. Er is een indeling naar sterkte:
naam: snelheid:
windstoten tot
75 km/h
zware windstoten 75-100
km/h
zeer zware windstoten meer dan 100
km/h
De verwarring die vaak ontstaat, is dat windstoten vertaald worden naar de gemiddelde windsnelheid. Windstoten van 95 km/h worden dan vertaald naar zware storm, windkracht 10, terwijl de gemiddelde windsnelheid bij die windstoten in werkelijkheid niet meer zal zijn dan windkracht 8. Een andere bron van verwarring is de engelse term "storm". Wat wij in Nederland een storm noemen, heet in het engels "gale". De engelse term "storm" is niets anders dan een (felle) bui. Als u ergens in een nederlandse tekst het woord "hagelstorm" tegenkomt, weet u dat het bericht gebaseerd is op een engelse tekst die slecht vertaald is. Er had dan moeten staan: hagelbui. Bron
weeronline
Wat is luchtdruk eigenlijk?
Een poosje terug hadden we het gehad over
wat normale luchtdrukwaarden zijn, nu gaan we uitleggen wat luchtdruk is. Luchtdruk is niet anders dan wat men zo mooi aan het begin van de 20e eeuw noemde, de drukking van de lucht. Je kunt de dampkring in een groot aantal horizontale lagen verdelen waarbij elke laag een drukking ondervindt van de laag erboven. Daarbij wordt de laag zo ver in elkaar geperst dat een spankracht verkregen word die in staat is de uitwendige druk in evenwicht te houden.'Spankracht en luchtdruk van eenzelfde laag zijn derhalve gelijk en beide des te grooter naarmate deze dichter bij den bodem der luchtzee is gelegen.' Luchtdruk is dus niet anders dan het gewicht van de lucht die zich boven ons bevindt. Naarmate er meer lucht is, zoals in hogedrukgebieden, is de luchtdruk hoger, en als er minder lucht is, zoals in de kern van een depressie, is de luchtdruk lager.
Wat zijn normale luchtdrukwaarden?
De gemiddelde luchtdrukwaarde voor het midden van Nederland is 1015,5 hPa of mB. Vroegerspraken we in plaats van hPa over millibaren, waarbij 1000 millibar (mbar) overeenkomt met 750 mm kwik. De luchtdruk is gemiddeld het laagst in april en het hoogst in februari. Aangezien het hier echter maar over een periode van dertig jaar gaat, kunnen langduriger perioden van hoge of lage luchtdruk in één maand een tamelijk grote invloed op het gemiddelde uitoefenen. Als het dicht bij de grond heel koud is, zal de luchtdruk over het algemeen hoger zijn dan bij grote warmte. Dit komt doordat koude lucht minder ruimte inneemt en er dus meer lucht in hetzelfde volume past. In de extreme kou van Siberië worden daardoor soms luchtdrukwaarden van meer dan 1060 hPa gemeten, een waarde die in Nederland nog nooit voorgekomen is. Dicht bij de evenaar ligt de luchtdruk dicht bij de 1010 hPa, en dat is
lager dan gemiddeld in Nederland. Wel zijn bij de evenaar de variaties in luchtdruk heel veel kleiner dan die in Nederland.
Jonge knoppen, nachtvorstgevaar 20-3-'02.
Komend weekend wordt het knap gevaarlijk met betrekking tot nachtvorst. De lucht is vrij droog en van oorsprong vrij koud, waardoor jonge planten in tuinen en ook jonge knoppen in bomen het behoorlijk moeilijk kunnen krijgen. De natuur is ongeveer 2 tot 3 weken vroeger dan normaal en er zijn weinig koudeprikkels geweest de afgelopen weken. Dat betekent dat de planten over het algemeen ook vatbaarder zijn voor nachtvorstschade. Jonge planten die slecht tegen vorst kunnen, moeten dan ook zeker binnen worden gehaald. Bij fruitbomen zal wel druk beregend moeten worden om vorstschade te voorkomen. Vaak veranderen vruchtbomen dan in ijssculpturen. Voor de leek lijkt het vreemd dat er juist geen of minder schade optreedt als de boom in ijs is gehuld. Toch is het zo, doordat bij bevriezing van het water warmte vrijkomt die ervoor zorgt dat de knoppen, blaadjes etc. minder ver afkoelen. Wat planten/bodem kunnen hebben hangt heel erg af van de soort, het groeistadium, eerdere koudeprikkels enz enz. De schade hangt daarnaast ook nog sterk af van lokale effecten zoals ligging en omgevingskenmerken. Bron weeronline
Rijp-effecten
De afgelopen dagen en ook al eerder deze winter, zagen we schitterend berijpte veldenRijp is het gangbare woord voor de witte aanslag die we soms op gras, struiken en voorwerpen als daken, hekken en auto's aantreffen. Rijp ontstaat als waterdamp, zonder eerst in de vloeibare fase (water) over te gaan, aanvriest op takken, gras of op andere voorwerpen. Dit zijn kleine ijskristalletjes. Rijp ontstaat bij voorkeur tijdens een rustige heldere nacht op voorwerpen, die snel warmte verliezen. Na een nacht met mist bij temperaturen onder nul kan de natuur er door rijpvorming prachtig uitzien zoals die bomen hiernaast. Een laag rijp kan in een nacht behoorlijk dik worden. In een laan met bomen kan de rijp wanneer de temperatuur eenmaal boven nul gekomen is een ware regenval veroorzaken. Daarbij kan een weg nat worden die aan het eind van de dag door bevriezing weer glad kan worden. Een andere benaming voor rijp is "rijm". Rijp kan ook ontstaan doordat de waterdamp bij afkoeling eerst als dauw neerslaat en daarna bevriest. Aan het begin van een vorstperiode is gras meestal het meest `berijpt`, terwijl aan het eind van een vorstperiode bouwvoren (kale grond) juist het langst berijpt blijft. Hetzelfde geldt voor sneeuw. Dat heeft te maken met de warmte (of kou-) geleiding van de grond en de isolatie-waarde van gras. Gras wordt aan het begin van een vorstperiode kouder dan kale grond, omdat bij de laatste warmte uit de ondergrond wordt aangevoerd. Bij dooi zit de vorst op kale grond dieper in de grond en blijft ook de bovengrond langer koud. In dat geval blijft rijp of sneeuw dus op kale grond juist langer `liggen`.
Wanneer schijnt de zon?
Het lijkt zo simpel om aan te geven waneer de zon schijnt, maar dit is toch heel moeilijk objectief te maken. Uiteraard schijnt de zon altijd, maar we zeggen dat hij alleen schijnt als hij boven de horizon staat en niet achter wolken schuilgaat. Maar ook dan hebben we een probleem. Het is namelijk niet zo dat het altijd of bewolkt, of zonnig is. Bij een staalblauwe lucht met mooie stapelwolken valt het wel mee. De zon zit achter een wolk, of niet. Je zou dan bijvoorbeeld met een stopwatch zelf het aantal minuten met de zon kunnen meten. Heel vaak is het echter zo dat de zon vaag door dunnere bewolking heen schijnt. Waar trekken we dan de grens? Simpel gezegd komt het erop neer dat we spreken van zonneschijn als de zon nog een scherpe schaduw weet te werpen. Leggen we dit wat meer wetenschappelijk en natuurkundig vast, dan komt dit overeen met een hoeveelheid straling van 100 watt per vierkante meter.
In de natuur komen slurfvormige wervelwinden van allerlei afmetingen voor. Wat zijn zo de benamingen?
In Amerika is het tornadoseizoen weer begonnen. Mischien is in het weer wel niets zo indrukwekkend als een tornado. In de film Twister zijn er fraaie voorbeelden van te zien, al is daar wel van enige overdrijving sprake. De kleinste wervelwinden met de kenmerken van een slurf noemen we stofhoos. Er hoeven geen buien te zijn om stofhozen te krijgen. Een grotere broer is de waterhoos, die zo zegt de naam al vooral boven water voorkomt. Echte tornado's komen voor bij zware onweersbuien. We komen later nog eens terug op dit onderwerp.